Ichtegemsestraat 32

8211  Aartrijke

tel.      050 250 090

fax.     050 208 506

info@tveld.be

Voorstelling

Bereik

Equipe

Missie

Veldnieuws

Vroegrevalidatie

Vorming

Sponsors

Links

ASS

ADHD

Lentefeest

Home

 

 

De tijdslijnen voor 2011

Snapt uw kind maar niet dat het pas in ‘t weekend bij oma zal mogen blijven slapen, vraagt het steeds opnieuw wanneer de geplande uitstap naar Plopsaland nu doorgaat of wordt uw kind zeer onrustig wanneer de periode van Sinterklaas eraan komt? Help uw kind dan op weg om de tijd te leren ordenen en in te delen.

Wij bieden u daarvoor een tijdslijn aan waarop uw kind patronen en regelmatigheden kan ontdekken (dagen, weken, weekends, vakanties,… maar ook weerkerende activiteiten). Elke maand wordt voorgesteld als een verticale reeks van cijfers en dagen. Hierop kan uw kind een aanwijsspeld leren plaatsen en verschuiven. De naam van de dagen kan uw kind ook leren koppelen aan pictogrammen. Die pictogrammen kunnen op hun beurt een hulp zijn om de namen van de dagen op te roepen. Op de daglijn is ook plaats voorzien om activiteiten te plannen. Dit kan gebeuren met foto’s, tekeningen, woordjes of pictogrammen (bij vragen hierover kunt u uw logopedist raadplegen). Start hierbij met die activiteiten die voor uw kind belangrijk zijn. Daarna kunt u ook patronen proberen weer te geven vb. steeds zwemmen op maandag. Tenslotte kunt u elk vak ook indelen : voormiddag, namiddag en avond. Volg hierbij het leertempo van uw kind en ga hiervoor af op de vragen die het stelt.

Tilde Brackx

Ergotherapeute

 

 Klik op deze link:        Daglijn_2009.xls    Daglijn_2010.xls   Daglijn_2011.xls

Voordracht Dr Jo Wieme: Medicatie bij kinderen met een gedragsstoornis is dat nodig?

Op 18 november 2008 was het tijd voor onze jaarlijkse infoavond. Deze keer hadden we het genoegen om onze eigen revalidatiearts en kinderpsychiater Dr. Wieme te mogen ontvangen.  Het beloofde een zeer boeiende, leerrijke avond te worden.

Dr. Wieme nam ons mee in de wereld van “Medicatie bij kinderen met gedragsproblemen”, een thema dat leeft in de media en waar ongetwijfeld veel vragen en bedenkingen rond bestaan. Naast een groep teamleden van het revalidatiecentrum zelf mochten we een 140-tal mensen begroeten.  Tal van professionelen, leerkrachten, CLB-medewerkers, kinderopvangdiensten en ouders waren aanwezig. Dr. Wieme ruimde een aantal vooroordelen uit de weg en gaf ons uitleg over de verscheidene psychofarmaca.

Medicatie is zowel verbonden met de diagnose van het kind alsook met de symptomen die we bij het kind ervaren. Vaak wordt de ontwikkeling, het leren en de sociale relaties van het kind belemmerd door verscheidene symptomen. Op basis van al deze factoren wordt de gepaste medicatie gekozen om het functioneren van het kind zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar eerst wordt er gekeken of er ook nog andere oplossingen zijn om het kind te helpen vooraleer men start met medicatie.

Enkele behandeltargets waarbij sprake kan zijn van medicatie zijn: ernstige gedragsproblemen, concentratiestoornissen, impulsiviteit en hyperactiviteit, tics, angsten, dwangmatigheid, stemmingsstoornissen, …

Uit een korte studie kon men besluiten dat enkel medicatie of enkel therapie niet voldoende is voor een kind met gedragsproblemen. De combinatie van beiden blijkt de beste interventie voor kinderen met gedragsproblemen.

Buiten de gekende Rilatine bestaan er nog heel wat andere psychofarmaca. Rilatine is een kortwerkende medicatie dat na vier uur uitgewerkt is.

Rilatine MR heeft een langwerkende functie tot 8 uren en Concerta werkt tot 12 uren. Al deze psychofarmaca kunnen bij sommige kinderen anders werken.

Kinderen met ADHD en tics krijgen soms nog meer tics ten gevolge van Rilatine. Bij hen wordt dan geopteerd voor Strattera.

Rilatine begint te werken na 30 minuten. Strattera moet zes weken ingenomen worden vooraleer men de effectieve werking ervan ervaart.

 Na de voordracht (en een drankje) was er nog ruimschoots de tijd om vragen te beantwoorden die vooraf of tijdens de avond ontstonden. Dr. Wieme sloot de avond af met wijze raad: “Kijk niet alleen naar uw kind met zijn problemen, maar kijk ook en vooral naar de talenten van uw kind!”

Verslag van een ouder:

Op 18 november was er een studiedag over “Medicatie bij kinderen met gedragsproblemen” door. Als ouder was ik vooral geïnteresseerd in het gedeelte rond medicatie bij ADHD kinderen.  Er zijn verschillende aandachtstimulerende middelen die al tientallen jaren gegeven worden aan kinderen met ADHD bv rilatine.  Daar kinderen met ADHD biochemisch anders in elkaar zitten, kan rilatine het mechanisme tijdelijk normaliseren. Dr Wieme vertelde dat het belangrijk is om eerst een juiste diagnose te stellen.

Kinderen brengen een groot deel door in de klas waardoor de mening van de leerkracht belangrijk is.  In een thuissituatie reageert een kind soms heel anders.    De medicatie die gegeven wordt helpt niet enkel voor het ‘beter leren’ van je kind maar zorgt ook  voor een betere persoonlijkheidsontwikkeling. Ze krijgen een beter zelfbeeld, minder faalangst.  Dr.Wieme benadrukte dat Rilatine niet mag gezien worden als een wondermiddel en dat het belangrijk is dat het kind blijft geëvalueerd worden.

Ik vond het een boeiende uitzetting.


VOORDRACHT Paul MAES 'LEREN LEREN'

Donderdag 26 april 2007 - voordracht gegeven door Dhr. Paul Maes over:

.

"LEREN LEREN"

"Gebruik je verstand … verstandig …"

Dhr. Paul Maes is leraar in het Secundair Onderwijs. In zijn voordracht slaagt hij er in om een saai

onderwerp als "leren leren" op een speelse en meeslepende manier te brengen.

Wie zijn voorstelling heeft meegemaakt, weet dat leren ook nog leuk en boeiend kan zijn!

"Hoe trek ik mijn plan achter mijn boeken?" "Hoe verwerk ik op de meest optimale manier mijn leerstof?"

"Wat doe ik om dingen lang en goed te onthouden?" "Hoe verhoog ik mijn concentratie?" …

Allemaal vragen waar Paul Maes een antwoord op zal geven.

De voordracht gaat door op donderdag 26 april 2007 om 19.00.u stipt in het Revalidatiecentrum.

Het richt zich naar jongeren tussen 10 en 14 jaar én hun ouders.

De voorstelling wordt op het niveau van de jongeren gebracht,

maar weet ook hun ouders feilloos te boeien.

Ook voor de leerkrachten, zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers kan het interessant zijn om

dezelfde informatie te krijgen als de leerling en deze toe te passen in de concrete klassituatie.

Meer informatie is terug te vinden op de website van Paul Maes : lerenleren.paulmaes.be.

VOORDRACHT Peter VERMEULEN 'BREIN BEDRIEGT'

Op dinsdag 12 september 2006 gaf Dhr. Peter Vermeulen een voordracht over:

              “BREIN BEDRIEGT

De onderkenning en aanpak van autisme bij kinderen met een (rand)normale begaafdheid

 Dhr. Peter Vermeulen is pedagoog.  Hij is als autismedeskundige werkzaam bij Autisme Centraal, geeft vorming en advies aan dienstverleners, ouders, organisaties en personen met een autismespectrumstoornis, en verzorgt internationaal workshops en lezingen.

OPVOEDEN IN DE 21ste EEUW door Dr Jo Wieme

Op donderdag 27 april 2006 gaf Dr. Jo WIEME, kinder- en jeugdpsychiater, een voordracht over :

“OPVOEDEN IN DE 21ste EEUW”

Donderdagavond, 27 april, hadden wij het groot genoegen Dr. Jo Wieme, kinderpsychiater, in ons centrum te kunnen begroeten. Zij bracht een uiteenzetting over “Opvoeden in de 21° eeuw”.

Naast een groep teamleden van het revalidatiecentrum zelf mochten we een  70-tal mensen begroeten: ouders, leerkrachten waaronder een aantal directeurs en medewerkers van CLB’s en andere doorverwijsinstanties.

 Dr. Wieme begon krachtig door te stellen dat, als een kind geboren wordt, dit betekent dat het ouderschap er is voor altijd.  Dit zet bovendien een opvoedingsproces op gang. 

Opvoeden is een verantwoordelijkheid van ouders in relatie met hun kind én ook van de samenleving.

Wat betreft de samenleving bepalen zowel culturele als genetische aspecten mede de opvoeding.  De westerse opvoeding is verschillend van bijvoorbeeld de oosterse.

Einddoelen, die tevens opdrachten zijn, zijn hierbij:

  • je hechten aan mensen en blijven relaties uitbouwen met inbegrip van het vastleggen van een seksuele organisatie

  • sociaal gedrag ontwikkelen in al zijn aspecten

  • deelnemen aan het arbeidsproces

  • woorden en vaardigheden doorgeven.

 De mogelijke problemen bij kinderen worden nu vlugger opgemerkt en er  wordt vlugger hulp gezocht.  Belangrijk is ook te onderkennen dat 9 op 10 kinderen zich goed voelen bij hun ouders.

Sommige kinderen hebben weliswaar meer tijd nodig om te ontwikkelen, waardoor we ons niet te veel mogen laten beïnvloeden door de prestatiedruk en het individualisme in onze samenleving. Alle kinderen hebben daarenboven wel nood aan structuur en voldoende grenzen.  Leren reageren op wat er gevraagd wordt is nodig.  Door gebrek aan tijd vanwege de ouders moeten kinderen het vaak meer alleen doen.  We leren  bovendien via andere mensen.  In onze samenleving is het emotionele landschap wel aan het veranderen en er wordt meer in vakjes geleefd: gescheiden als generatie (kinderen leren vaak meer bij volwassenen dan met leeftijdsgenootjes), gescheiden door rijkdom, door leeftijd, werk, ras.

 Wat het kind betreft bepalen het temperament en de aangeboren kenmerken sterk de opvoeding en de manier waarop we met kinderen omgaan.  We onderscheiden hierbij :

  1. de activiteitsgraad : rustig of onrustig – met open ogen al dan niet kort na de geboorte
  2. dag- en nachtritme: ochtend- of avondmens
  3. bevorderbaarheid: zich vlug terugtrekken – vlug tevreden zijn met contact
  4. aanpassingsmogelijkheid: op afstand blijven bij nieuwe dingen of ze juist opzoeken
  5. zintuiglijke prikkelbaarheid: op gebied van smaak – licht - geluid
  6. stemming: niet zo vrolijk of welgezind zijn
  7. intensiteit van reactie: heftige woede, heftige koppigheid
  8. verstrooibaarheid: vlug afleidbaar zijn of goede gerichtheid
  9. aandachtconcentratie en motivatie

 Naast de samenleving en het kind zelf spelen ouders een belangrijke rol bij de opvoeding.  We moeten ons als opvoeders hoeden voor gedachtegangen, die leiden tot impasses (tot niets doen of onaangepast handelen):

  •  de zichzelf vervullende voorspelling: door een bepaalde manier van zich gedragen ten opzichte van het kind wordt bepaald gedrag bij het kind telkens weer uitgelokt.

  •  Meer van hetzelfde of als de oplossing het probleem wordt: bv. Als je harder spreekt, luider roept… zal het kind stoppen met ongewenst gedrag.  Meestal kan dit helpen, maar niet altijd!

  • Wanneer iets ‘honderd keer’ moet herhaald worden, wordt het een probleem.

  • De ongelukkige neiging om naar onbereikbare doelen (utopieën) te streven: dat kan leiden tot depressie

  • De ongelukkige neiging hebben om alleen genoegen te nemen met ‘volledige’ oplossingen waardoor ze helemaal niets oplossen: volmaaktheid nastreven gebeurt best niet, liever ‘stap voor stap’ aanmoedigen!

  • Dr. Wieme gaf enkele krachtige vuistregels mee voor het opvoeden:

  • Realistisch zijn en minimale doelen stellen: het kind vlug het gevoel geven dat het iets kan en dat het lukt.

  • Aandacht geven aan goed gedrag, niet zozeer door materiële beloningen maar door de manier waarop je met een positief gevoel het kind benadert, knuffelt, in de ogen kijkt.  Ook in de hersenen gebeurt er dan iets positiefs met bepaalde stoffen die vrij komen.

  • Negeren: 99% van onbelangrijk ondeugend gedrag krijgt best geen aandacht – doe alsof je het niet gezien hebt.

  • Bv. Als het kind ten onrechte uit bed komt, gun je het best geen blik, neem je het op en breng je het terug naar bed - desnoods telkens opnieuw.

  • Isoleren: doen we best zo weinig mogelijk ofwel trekken we ons zelf best terug.  Het is geen kwestie van het kind bang te maken, maar duidelijk te zijn.

  • Duidelijke opdrachten geven: wees hierin standvastig zonder autoritair te zijn.

  • Moed hebben om ‘nee’ te zeggen en consequent te zijn: er zijn ‘grenzen’ en er moet ‘respect’ opgebracht worden.  Een ‘neen’ moet het kind kunnen krijgen!

  • Nooit dingen doen voor een kind die het zelf kan doen: opletten, want sommige kinderen worden té lang klein gehouden en willen niet groot worden.  Als kind leren voor je zelf te zorgen is belangrijk.

Tieners kunnen zich bovendien gedragen als peuters en zetten zich meestal af tegen de begrenzing van hun vrijheid.  Ze zijn zich vaak niet bewust van gevaren van eigen gedrag.  Slordig en onverzorgd gedrag geeft aan dat ‘water en zeep’ ook voor hen belangrijk blijft!

 Heel mensen verwachten echter teveel en te snel veranderingen: hou rekening met het tempo van elk kind.  Een temperament is niet zomaar te veranderen, maar bepaald gedrag meestal wel!

Ook voor de gezinnen van de 21ste eeuw blijven waarden als ‘VEILIGHEID - VERZORGD ZIJN MET WATER EN ZEEP - RESPECT’ belangrijk!

 Dr. Wieme eindigde met een citaat van Marcus Aurelius, dat nog steeds van toepassing is voor onze tijd:

‘Het leven bestaat uit een reeks problemen, die we kunnen oplossen en een reeks beperkingen, die we moeten aanvaarden”.

 

INFO-AVOND "WAAROM DOET MIJN KIND ZO MOEILIJK?

Maandagavond 09 mei ‘05 hadden wij het groot genoegen Prof. Dr. Peter Prinzie in ons midden te kunnen begroeten. Prof. Prinzie doceert pedagogiek aan de Universiteit van Leiden. Wij hadden hem uitgenodigd voor een spreekbeurt n.a.v. zijn onlangs bij Lannoo verschenen boek : "Waarom doet mijn kind zo moeilijk ? Moeilijk gedrag begrijpen. Efficiënt straffen en belonen."

Deze voordracht werd aan een ruim publiek kenbaar gemaakt. Zo werden zowel leerkrachten, ouders die ons Centrum bezoeken aangeschreven, maar evenzeer de directies en leerkrachten van de scholen met wie we samenwerken alsook de CLB medewerkers en andere doorverwijzingsdiensten.

Naast een groep teamleden van het Centrum zelf mochten we niet minder dan 157 mensen begroeten : 38 ouders, 72 leerkrachten waaronder heel wat directeurs en 47 medewerkers van CLB’s of andere doorverwijzingsdiensten.

In het eerste deel van zijn uiteenzetting gaf Prof. Prinzie ons inzicht in wat moeilijk gedrag eigenlijk is en hoe dit gedrag met het ouder worden evolueert onder invloed van de interactie ouder – kind en rekening houdend met de persoonlijkheid van het kind zelf.

Vanuit deze achtergrondgegevens ging hij vervolgens in het tweede deel van de uiteenzetting in op de vraag : Hoe pak ik dit moeilijk gedrag nu heel concreet aan en gaf hij heel wat praktische tips over de manier waarop je kinderen best beloont of straft.

Uit de evaluatie blijkt dat de aanwezigen deze voordracht unaniem goed hebben beoordeerd. De aanwezigen voelden zich ondersteund en bemoedigd want allen waren tot het inzicht gekomen dat opvoeden niet iets is waarvoor één alles zalig makend recept bestaat. Voor het ene kind is de ene aanpak goed en voor het andere kind dan weer een andere waarbij duidelijk moeten rekening gehouden worden met de geaardheid van elk kind.

Dat de spreker iedereen geboeid heeft, bleek eveneens uit de grote aandacht tijdens de uiteenzetting en het feit dat deze gedachtenwisseling bijna 3u geduurd heeft.

Wij willen Prof. Peter Prinzie hiermee van harte danken voor zijn boeiende, leerrijke en bemoedigende uiteenzetting.

Efficiënt Straffen en Belonen.

Uitgegeven bij Lannoo Tielt.

 

 laatst bijgewerkt 24/12/11